SLAPEN OP BETON

Hoe het begon …

Een kijkje achter de schermen …

Het is 30 april 2016. Ik sta op het terras van het Wapen van Rijssenburg met een groep onbekende mensen diep weggedoken in mijn jas  te wachten op de gids die ons voor verdwalen in het bos moet behoeden. Ik kijk de groep rond en zie naast me een man wiens lippen net zo blauw zijn als het T-shirt dat hij draagt. 

Bij het Wapen van Rijssenburg

De gids arriveert en we lopen naast elkaar achter haar aan het bos in. Ik heb me intussen voorgesteld en hoor dat de lange magere, veel te koud geklede, man Stijn heet.

Ik hoef niets meer te zeggen of te vragen. Hij vertelt uit zichzelf zulke bizarre verhalen dat ik na een half uur luisteren vraag of hij daar al eens iets over heeft opgeschreven …

Vriendschap

Hij geeft als antwoord dat hij dat niet doet omdat er toch niemand is die het leest.
Ik beloof dat ik alles zal lezen wat hij me stuurt. Twee maanden later heb ik 140 handgeschreven, gescande verhalen in mijn inbox waaruit ik opmaak dat Stijn behalve een zwaar leven ook dyslectie heeft. Wat ik lees is zo bizar en pijnlijk dat ik moet weten of zijn verhalen wel kloppen.

De vraag

De antwoorden die Stijn geeft zijn zo oprecht dat ik niet anders kan dan geloven dat zijn leven tot aan zijn dertigste een hel moet zijn geweest.

Ik bezoek hem vaker in zijn kleine huisje in de Betuwe en langzaamaan ontstaat een vriendschap die gekenmerkt wordt door eerlijkheid en respect voor elkaar.

Ruim een jaar na onze eerste ontmoeting komt Stijn met de vraag of ik een boek over de eerste 30 jaar van zijn leven wil schrijven …
Die vraag verrast me. Hij ziet dat ik aarzel en zegt:

“Ik vraag het omdat ik weet hoe fijn het is om iemand tegen te komen die echt naar je luistert.
Ik hoop gewoon dat mensen die hetzelfde hebben meegemaakt en daar uit schaamte en angst niet over durfden te praten dat na het lezen van het boek wel gaan doen.”

De eerste zin

Stijn vraagt dus of ik een biografie over zijn leven wil schrijven. Dat is het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan. En ik ben het heel lang ook niet van plan. Tot er een zin in mijn hoofd komt die me niet meer verlaat …

Slechts heel af en toe is er een dag waarop de grilligheid van de menselijke natuur en de spelingen van het lot géén vat lijken te hebben. Dan dringt de doorgaans aan het gehaaste oog onttrokken schoonheid der dingen zich zó vertraagd en uitvergroot aan ons op dat zelfs een doordeweekse dag op een zondag lijkt.
Vrijdag 5 juli 1968 is niet zo’n dag. Het was veeleer een kille dag voor de tijd van het jaar. Ook de fruitbomen in de Betuwe boden een trieste aanblik. Aan de takken die een maand ervoor nog fier vruchten hadden gedragen hingen lange rijen regendruppels te wachten op hun val.
Was het dan toch een speling van het lot dat juist op die dag op afdeling 3 west van het ziekenhuis in Gorinchem Stijn Avondrood ondersteboven aan zijn leven begon?”