4.

Nepal

Schrijven als medicijn is de overkoepelende titel van mijn blogs.

4.

In het najaar van 1984 was ik met S. en M. in Nepal met het plan om in drie weken  vanuit Pokhara naar  Annapurna  en weer terug te lopen. De tocht verliep volgens plan en de natuur was  adembenemend.

Met de zon als warme getuige liepen we met volle bepakking, bijna zorgeloos, berg op berg af tot we ‘ s avonds al vroeg in de dunne tent kropen, die evenals onze slaapzakken elke ochtend kletsnat was. 
We begonnen de dag met havermoutpap en eindigden met Dahl dat we met onze handen aten. waarbij we werden omringd door kinderen met grote groene snottebellen.
En toen kwam de dag dat S. zo ziek werd, dat we een paar dagen op dezelfde plek moesten blijven. 
De sherpa die ons begeleidde, maakte zich zorgen, omdat we niet op een (zieken) auto konden rekenen en toch op  tijd in Kathmandu terug moesten zijn. Met S. in onze kielzog kropen we als slakken over de met schapen bezaaide smalle weggetjes. Berg op berg af. 

Om de uitleg over de wandeling en de brandewijn en de toekomstvoorspeller wat korter te maken: Dankzij de uitstekende gidskwaliteiten van Temba Sherpa en zijn helpers waren we net op tijd voor de terugvlucht. 

Eenmaal thuis werden we vrijwel meteen door de dagelijkse beslommeringen opgeslokt, maar mijn waardering voor de zorgzame gids bleef.  

Rond 2003 krijg ik een luchtpostbrief uit Nepal  met een  foto van Temba eraan geniet. Het ontroert me dat hij  ons niet vergeten is. Wat hij schrijft is echter niet zo vrolijk. De zenuwen in zijn nek zijn aangetast en hij is tijdens het gidsen gevallen waardoor hij zijn voet blijvend heeft beschadigd. Ik lees de brief nog eens en begrijp tussen de regels door dat hij financieel in de problemen zit.  Ik besluit hem te helpen met een maandelijkse gelddonatie, maar als Nepal in 2015 door een aardbeving wordt getroffen is Temba de wanhoop nabij. 

Hij en zijn gezin overleven. Maar daarna wordt zijn vrouw doodziek en tijdens de Corona crisis moet hij samen met zijn vrouw, dochter en honderdjarige moeder in een klein kamertje, even buiten Kathmandu, zien te overleven.  Zijn dochter kan dus ook niet naar haar werk. 

Om haar wat  afleiding te bezorgen, vraag ik via de mail of ze haar levensverhaal voor me op wil schrijven. Twee maande later krijg ik  via messenger  een handgeschreven brief waarin Pasang over zichzelf en haar vader vertelt. 
Enthousiast vraag ik om meer, met in mijn achterhoofd de gedachte dat ook het opschrijven van ellende als medicijn kan dienen.  

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *