Schrijven als medicijn 4.

Op een kamertje in Nepal

Schrijven als medicijn is de overkoepelende titel van mijn blogs. Een multiplechoicetest hierover zou er als volgt uit kunnen zien:
Schrijven is een medicijn omdat:

  1. Het ontspant en je dus geen valeriaan nodig hebt om rustig te worden.
  2. Het gedachten ordent waardoor je geen slaappillen nodig hebt.
  3. Je beter gaat ademen omdat je je eigen tekst later ook nog wilt kunnen lezen.

Wat mij betreft zijn alle bovenstaande antwoorden goed, maar ze zeggen niet alles.  
Ik wil met jullie een aantal voorbeelden delen  waarbij schrijven als medicijn ook echt heeft gewerkt. 
Voor het eerste voorbeeld moet ik even  terug in de tijd.

In 1984 was ik met S. en M. in Nepal met het plan om vanuit Pokhara in drie weken naar de Annapurna en weer terug te gaan. Alles verliep volgens plan en de natuur was natuur-lijk adembenemend. (Misschien kom ik daar in een andere blog nog op terug)

Anderhalve week lang liepen we met volle bepakking goedgemutst berg op berg af, sliepen we in tentjes, aten we Dahl met onze vinger en veegden we onnoemelijk veel snotneusjes van onnoemelijk veel kinderen af. En toen werd S. ziek. Zo ziek dat we een paar dagen op dezelfde plek moesten bivakkeren. S. werd niet echt beter en er waren geen wegen waar een ambulance overheen kon om haar te redden. Sherpa Temba, die ons de hele tocht fantastisch had begeleid, maakte zich zorgen. We moesten in anderhalve week in Pokhara terug zijn en dat kon alleen … te voet. Sterk verzwakt deed S. haar uiterste best, maar we kropen als slakken met onze bepakking als huisjes op onze rug over de heuvels. Het gezicht van onze gids werd met de dag somberder.

Om een lang verhaal nog korter te maken: we hebben het gehaald dankzij de uitstekende gidskwaliteiten van Temba en zijn helpers.

Terug in Nederland bekeken we de foto’s waarna we vrijwel meteen weer werden opgeslokt door dagelijkse beslommeringen.

Wat schetst mijn verbazing als ik rond 2003 een luchtpostbrief uit Nepal krijg met een foto van Temba aan een nietje erbij. Het ontroert me dat de man me schrijft. Maar zijn boodschap is niet vrolijk. De zenuwen in zijn nek zijn aangetast en hij is tijdens het gidsen gevallen waardoor zijn voet blijvend beschadigd is. Ik herlees de brief en begrijp tussen de regels door dat hij de bergen niet meer in kan en financieel in de problemen zit.  Wat daarop volgt zijn maandelijkse donaties. Sommigen van S. de meeste van mij. Als ze in 2015 door een  aardbeving worden getroffen probeer ik een soort noodhulp te regelen, maar de meeste mensen geven klaarblijkelijk liever aan 555 dan aan hulp zonder strijkstok. 

Inmiddels is het 2020 en woont Temba met zijn vrouw, dochter Pasang en zijn honderdjarige moeder in een klein kamertje even buiten Kathmandu. Zijn dochter kan vanwege de lockdown niet gaan werken. Natuurlijk stuur ik ook deze maanden mijn bijdrage. Geholpen door mijn trouwe vriendin W. die Temba niet eens persoonlijk kent. S. heeft afgehaakt.
Heel af en toe hebben we via Messenger contact met de mobiele telefoon van een vriendin van Pasang. Ik zeg haar dat ik benieuwd ben naar haar verhalen en dat ik ze graag lees als zij ze opschrijft. Mijn idee daarbij is dat ze dan iets anders omhanden heeft dan de zorg voor haar ouders en oma.
Ze reageert niet meteen.
Tot ze me deze week via Messenger vier handgeschreven kattebelletjes opstuurt.

Ik reageer enthousiast en vraag om meer. Dat gaat ze doen. Ik typ haar verhalen over en vraag permissie om ze op Facebook te zetten. Dat antwoord moet nog komen. Maar voor nu lijkt schrijven over wat ze meemaakt een medicijn.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *