Het Kerstdiner

Voordat ik verder ga, wil ik even gezegd hebben dat het hiernamaals bestaat. Dat ik dat zo goed weet, komt omdat ik deze getuigenis vanuit de hemel verstuur.
Als dit relaxed op je overkomt, klopt dat. Inmiddels ben ik heel ontspannen, maar de tocht hierheen was ronduit vreselijk.

Het begon op 21 september van dat jaar. Ome Sjaak had ons allemaal opgetrommeld. We stonden met z’n allen om hem heen en er was geen lege plek meer te bekennen. Het gekakel verstomde toen hij zijn keel schraapte. Dat kwam omdat zijn lange, rode baard en grote hieltenen nogal wat gezag inboezemden.
    ‘Beste familie,’ begon hij. Op zich was dat al een verwarrend begin. Ja, we zijn familie, en ja, we lijken op elkaar, maar we vinden elkaar lang niet altijd aardig en dat laten we merken ook.
    ‘Zoals jullie weten is het seizoen zojuist aangebroken.’
Er golfde een rilling door de kolonie. Iedereen wist dat mijn oom het seizoen van ongewild afscheid nemen en hergroeperen bedoelde. Het seizoen waarin de soort, die in gedrag ontzettend veel op ons lijkt, op oorlogspad gaat. Ook zij gaan vreemd, ook zij kennen jaloezie en ook bij hen denken de mannetjes dat ze het voor het zeggen hebben. Maar ze willen ons omdat wij iets hebben dat ze bij hun eigen soort niet kunnen vinden en dat is: Goede Smaak.
 Ome Sjaak klokte intussen verder.:
    ‘Dat betekent dat de kans op overleven vanaf nu bij ieder persoonlijk ligt. Maak je eigen keuzes en neem alvast afscheid. Die kans krijg je vlak voor de Kerst niet meer.’
Het bleef lang stil. Ik keek naar Marietje. Ze was een kop kleiner dan ik en met nauwelijks een sprietje op haar kop en een kleinere baard dan de meeste andere vrouwtjes  een oogverblindende schoonheid.
We hadden afgesproken om alleen van elkaar te houden, maar daar had Ome Sjaak zijn stokje voor gestoken …

Ik wist dat Marietje het wel zou redden, omdat ze na die gebeurtenis met ome Sjaak nogal mager was geworden en heel verdrietig keek. Waar ik me meer zorgen over maakte was ikzelf. Een paar maanden daarvoor was een vlucht wilde kalkoenen de kolonie binnen komen wandelen. Dat we ze niet de kans hadden gegeven om er wat beter uit te gaan zien, kwam ons  duur te staan. De mens houdt immers van groot, en vet. Daardoor was het zeker dat Ome Jaap als een van de eersten aan de beurt zou zijn. Door de manier waarop hij naar mij had gekeken  toen hij Marietje nam, wist ik dat ook mijn tijd gekomen was.

Daarna ging het best wel snel. Op een dag greep iets zachts  me bij de keel waarna ik bovenop ome Jaap terechtkwam. Hij bloedde heftig omdat ze zijn hielsporen hadden afgeknipt. De blik waarmee hij me aankeek was een andere dan die van een paar maanden daarvoor. Zijn stem klonk schor.
    ‘Sorry Jantje, ik heb het allemaal fout gedaan.’
Van wat er daarna gebeurde, weet ik alleen dat ik na een aantal pijnlijke gebeurtenissen met een opgevulde buik en zonder kop op een zilveren schaal werd gelegd, terwijl er hemelse geluiden tot mij kwamen: Stille Nacht Heilige Nacht …

Daarna kwam alles toch nog goed.

Caroline Nelissen

4 reacties op “Het Kerstdiner”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *